De Geschiedenis van RCC: 1940-1945
R.C.C. in oorlogstijd.
3-e Pinksterdag 1939: voor de mobilisatie.
De oorlog kondigde zich aan, al geloofde men er nog niet in. 10 mei 1940: bombardement van Rotterdam. De binnenstad gaat in rook en vlammen op. Duizenden huizen en andere gebouwen worden vernietigd of beschadigd. Boven R.C.C. hangen letterlijk en figuurlijk donkere wolken. De schade aan het clubgebouw blijft beperkt tot ontzette deuren en glasloze ramen.
Na provisorische reparatie van de opgelopen schade werd het gebouw beschikbaar gesteld aan twee daklozen gezinnen, waarvan een Belgische. Hun huizen waren in het oorlogsgeweld verloren gegaan. Toen ze na verloop van enkele maanden een noodwoning kregen toegewezen, was vooral het Belgische gezin hier zeer verrukt over. Het was een prachtig huisje, van onder van steen en van boven van " goud". Het andere gezin had, als dank voor het aangenaam verpozen, op de dag van hun verhuizing naar een noodwoning, meteen maar wat RCC-spulletjes ingepakt, maar deze vergissing werd net bijtijds hardhandig recht gezet door een toevallige passerend clublid.
Aanvankelijk waren de clubactiviteiten door het oorlogsgebeuren tot een minimum beperkt.
Er waren belangrijker zaken aan de orde. Eigen huis en haard gingen natuurlijk voor. Toen het leven, voor zover mogelijk, zijn normale ritme weer hervonden had, ging menigeen toch maar weer eens een kijkje nemen op de club. Langzamerhand werd duidelijk dat de R.C.C. eigenlijk nog het enige vertier was dat men nog over had. In de oorlogsjaren is er dan ook druk gebruik gemaakt van het clubgebouw. Er stond een tafeltennistafel en een kamerbiljart. Er was een oude pick-up: de Posthoorngalop was de favoriete dansplaat, andere platen waren er niet. Er werd gedanst tot men struikelde over de kwasten in de houten vloer. Ter verhoging van de feestvreugde had een van de leden eens een hoeveelheid drank meegenomen; zelfgemaakte vermouth, gestookt van rabarber en niet te drinken. Van het toilet werd die dag dan ook druk gebruik gemaakt!
Er waren regelmatig evenementen: kanowedstrijden, behendigheidswedstrijden, tuinfeesten, kerstfeest ( de kerstboom moest aan een dakbint worden opgehangen vanwege het wilde dansen). Op de Plas voer in die dagen een parlevinker rond in een roeibootje, met allerlei verfrissingen en versnaperingen: Ome Dirk. Het lekkerst waren zijn " puddinkjes", bestaande uit samengeperste koekkruimels.
Er gebeurden trouwens de gekste dingen: wie kent Walter Vloemans niet, die drie biljartballen tegelijk in zijn mond kon houden?
Ook waren er de jaarlijkse weddenschap wie er als eerste na de winter het haventje kon overzwemmen. Iedereen schreef zijn inzet op het bord. Als de totale inzet hoof genoeg was, was er altijd wel een waaghals. En ach, na de zwempartij tien minuten touwtje springen en je was weer ontdooid.
De belangrijkste kano-activiteiten bestonden in die tijd uit de tochten naar Reeuwijk. Zo'n tocht kon pas worden ondernomen na vergunning te hebben ontvangen van de Duitsers. Omdat veel leden ook de gehele zaterdag moesten werken, werd vaak pas gestart op zaterdagavond. 's Morgens vroeg arriveerde men dan in Reeuwijk. Bij de sluizen werd meestal overgedragen, tot grote ergernis van de sluiswachters.
Aan de Reeuwijkse Plassen zijn verscheidene adressen favoriet geweest. O.a. de boerderij van Straver aan de Platteweg. Een slaapplaats op zijn enorme zolder kostte een kwartje per nacht. Er huisde een zeer gevarieerd gezelschap: kanoërs, vissers, fietsers, enz. Toen dan ook Steef van Velzen en Jan van Mastrigt het waagden in een zeilboot met een dekzeil erover te overnachten, kregen zij van de plaatselijke N.S.B.-dorpsveldwachter een flinke bekeuring.
Een ander bekend adres was de boerderij van de gebroeders Both: oom Piet, Oom Jasper en oom Gerard. Een van de drie had altijd het oude gebit in van zijn broer dat hij dagelijks met een schoenpoetsborsteltje schoon maakte in de sloot. Jongens en meisjes sliepen bij en door elkaar en als een van de ouders ter controle een onverwacht bezoek bracht aan de boerderij, loog een van de broers, ter behoud van de klandizie, dat beide geslachten apart sliepen.
Eens bij zo'n onverwacht "inval"werden de jongens genoodzaakt hun meisjes onder de dekens te verbergen en zelf er bovenop te gaan liggen.
Dat de zeden en gewoontes heel wat minder ruim lagen dan tegenwoordig, bewijst wel het commentaar van een vader aan het adres van zijn zoon, toen deze vol trots een foto toonde van zijn nieuwe meisje: ze moest wel een slet zijn, want ze droeg een tweedelig badpak!
Ook de persoonlijke voorvallen zijn soms tot geschiedenis verheven. Zo hadden Ans de Mos en Wim de Wit weer eens een keertje ruzie tijdens een verblijf in Reeuwijk. Wim gooide uit pure nijd zijn verlovingsring in een vijf meter diepe beerput, maar had er eigenlijk al meteen spijt van. Na vele tranen van haar en een dag vissen door hem kwam het ding weer tevoorschijn en het prille geluk was weer hersteld.
Jan van Mastrigt kookte in Reeuwijk altijd pal voor zijn vrouw, omdat ze zo ontzettend mager was. Eieren koken deed hij het liefst bij de boer: als je er twee kocht, kon je er wel zes uit de eierenpan halen.
Ook aan andere onwettigheden maakte de RCC'ers zich schuldig. Maar nood breekt de wet, dus het stropen van paling, het verschalken van een eendje, het plukken van appels en peren vonden in die tijd genade in ieders oog. Kortom de Reeuwijkse Plassen waren nog tamelijk paradijselijk: zelfs het water was zo helder dat het als drinkwater kon worden gebruikt.
Langzamerhand begon het oorlogsgebeuren ook op het clubleven een stempel te drukken.
Toen de Plas tot " sperrgebiet"werd verklaard, verhuisden veel kano's definitief naar Reeuwijk. Ieder weekend ging men erheen. Sommigen op de fiets of met z'n tweeën op een fiets met versleten banden: om de beurt een half uur fietsen en een half uur lopen. Enkele jongens waren al onvrijwillig in Duitsland te werk gesteld.
Na de beruchte november-razzia's waren er bijna geen mannen meer aanwezig op de club. In de Hongerwinter '44 -'45 was er zo'n gebrek aan brandstof dat de bomen in de clubtuin eraan moesten geloven. En terwijl er een absoluut vaarverbod voor de Plas van kracht was, gingen er enkele moedige leden midden in een donkere nacht met een roeiboot naar het Kraaieneiland. Eenmaal op de terugweg, met een boot vol kachelhout, brak de volle maan door het wolkendek heen en moesten zij roeien voor hun leven!
Een klein aantal kano's is door de Duitsers gevorderd.
Ze werden meegenomen om dienst te gaan doen voor een oversteek van het Hollands Diep. Ze wilden het reeds bevrijde Brabant infiltreren bij Moerdijk. Bij deze vordering kan nog maar net een prachtige Canadese kano wordt gered, doordat een oude Duitse soldaat, die de leiding had, welwillend de andere kant opkeek. De bevrijding werd aangekondigd door de voedseldroppingen, die in Kralingen plaats vonden. Eigenlijk was het sportcomplex in het Bos als landingsplaats uitgekozen, maar menig pakket met inhoud kwam in de Plas terecht.
De hongerige RCC'ers waren er natuurlijk als de kippen bij om een en ander op te vissen: blikken bacon, chocolade, specerijen, sigaretten, enz. Al heel gauw verschenen er controleurs langs de Plasoevers, maar zonder bootje konden ze niet veel beginnen. De buit van de kanoërs werden buiten bereik van de controlediensten gehouden door het te verstoppen op het Kraaieneiland. Zelfs kwamen controleurs en politie het clubgebouw onderzoeken. Een baal erwten die in de tuin was begraven en na enkele dagen was gaan groeien, zagen ze gelukkig over het hoofd. Onderling werd gevonden voedsel geruild.
Het was een tijd van uitzinnige vreugde, toen de bevrijding eenmaal een feit was.
Ook dit werd bij de R.C.C. gevierd. Er werd een voedselinzameling gehouden om het bevrijdingsfeest te kunnen vieren op de club. Er was zelfs iemand die nog een doos vuurwerk bezat. Door een achterloos weggesmeten sigarettepeuk kwam de zaak voortijdig tot ontploffing. Na de oorlog hebben veel leden elkaar en de R.C.C. uit het oog verloren. Immers, het was een zorgelijke tijd, ze trouwden en hadden wel iets anders aan hun hoofd dan een kano.............
Reacties over de geschiedenis zijn welkom stuur ze naar rcc@kanorotterdam.nl
